ECLI:NL:CRVB:2005:AU1246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht bevestigd
De opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht, maar betaalde het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing werd verzet aangetekend, waarbij werd betoogd dat het verzuim verschoonbaar zou zijn.
Tijdens de zitting verscheen de opposant met een advocaat, terwijl de geopposeerde partij zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad oordeelde dat de uitnodiging tot betaling van het griffierecht terecht aan de opposant zelf was gericht, aangezien op dat moment geen gemachtigde met een rekening-courant bij de Raad was aangewezen.
De Raad benadrukte dat het verzuim van een gemachtigde wordt toegerekend aan degene die zijn belangen laat vertegenwoordigen. Het verzoek om uitstel door de advocaat kwam te laat en kon niet leiden tot het vervallen van de betalingsverplichting van de opposant.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep in stand. De Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.