ECLI:NL:CRVB:2005:AU1370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1992 niet meer werkzaam is als straler/spuiter vanwege rugklachten, ontving vanaf 1993 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Na een herziening in 1999 werd dit percentage verlaagd naar 15 tot 25%. Gedaagde, het UWV, handhaafde dit besluit in 2000 na medische rapportages en arbeidsdeskundige beoordelingen.
Appellant keerde terug naar Turkije en voerde in hoger beroep aan dat zijn arbeidsongeschiktheid ten onrechte was verlaagd, mede vanwege nierklachten en pijn. Hij verzocht om een nieuw medisch onderzoek in Nederland. De Raad oordeelde dat de medische basis van het besluit juist was, mede gelet op rapporten van artsen en verzekeringsartsen, en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd die het oordeel konden veranderen.
De rechtbank had het beroep eerder ongegrond verklaard, waarbij werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor de hem voorgehouden functies en dat de belastbaarheid niet werd overschat. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en ziet geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht voor herziening.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het verzoek tot nieuw medisch onderzoek wordt afgewezen.