ECLI:NL:CRVB:2005:AU1484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling WAO-uitkering en toetsing medische beperkingen bij fibromyalgie
Gedaagde, een voormalig vrachtwagenchauffeur, ontving een WAO-uitkering wegens hoofdpijn-, nek-, rug- en vermoeidheidsklachten, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45% vastgesteld per 1 oktober 2000. Gedaagde stelde dat hij medisch meer beperkt was, onderbouwd met een rapport van een inspanningsfysioloog en revalidatiearts, waarin een maximale werkbelasting van vier uur per dag werd aanbevolen.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en hechtte doorslaggevende waarde aan het rapport van de door haar ingeschakelde deskundige Slaats, die de diagnose fibromyalgie bevestigde en beperkingen vaststelde. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het deskundigenrapport van Slaats als doorslaggevend had beschouwd, omdat dit rapport onvoldoende specifiek en onderbouwd was toegespitst op de situatie van gedaagde. Bovendien was het medische bewijs voor de beperkingen, met name de urenbeperking, niet overtuigend geobjectiveerd.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV alsnog ongegrond, waarmee de oorspronkelijke vaststelling van de arbeidsongeschiktheid van 35-45% per 1 oktober 2000 werd gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard, het beroep van gedaagde wordt alsnog ongegrond verklaard en de oorspronkelijke vaststelling van de arbeidsongeschiktheid wordt gehandhaafd.