ECLI:NL:CRVB:2005:AU1497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bijstandsuitkering
Appellant ontving sinds 1 april 1997 een bijstandsuitkering. Op 6 augustus 2003 werd het recht op bijstand ingetrokken wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting, omdat appellant geen medewerking verleende aan een huisbezoek. Deze intrekking werd na bezwaar gehandhaafd en door de rechtbank Zwolle bevestigd, waartegen appellant geen hoger beroep instelde.
Gedaagde maakte op 8 oktober 2003 het voornemen bekend een boete op te leggen wegens schending van de inlichtingenverplichting, maar zag hierop af en gaf een schriftelijke waarschuwing. Deze waarschuwing werd na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze waarschuwing ongegrond.
Gedaagde trok bij besluit van 14 juli 2005 het besluit tot schriftelijke waarschuwing in, omdat de nieuwe verordening sociale zaken geen maatregel voorziet indien geen financieel nadeel is ontstaan. De Raad oordeelt dat gedaagde hiermee geheel tegemoet is gekomen aan het hoger beroep.
De grieven van appellant betreffen vooral de intrekking van de bijstand per 6 augustus 2003, die in deze procedure niet aan de orde is omdat appellant daartegen geen hoger beroep instelde. De Raad ziet geen procesbelang voor appellant bij de beoordeling van het besluit van 29 januari 2004 en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Een oordeel over schadevergoeding wordt daarom niet gegeven en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.