ECLI:NL:CRVB:2005:AU1511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-uitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf januari 2000 een AOW-pensioen volgens de norm voor ongehuwden. Na een onderzoek door de Sociale Verzekeringsbank en de sociale recherche werd vastgesteld dat appellant met een partner een gezamenlijke huishouding voerde. Op grond hiervan werd het pensioen herzien naar de gehuwdennorm met terugwerkende kracht vanaf januari 2000.
De Raad oordeelde dat appellant en zijn partner hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en blijk gaven van wederzijdse zorg, onder meer door gezamenlijke huishoudelijke taken, zorg bij ziekte, gebruik en machtiging van elkaars bankrekeningen, en het gezamenlijk doen van boodschappen. Ondanks dat appellant bij zijn pensioenaanvraag alleen melding maakte van kamerhuur, was er sprake van een relatie die verder ging dan louter zakelijk.
De schending van de inlichtingenplicht door appellant gaf de Sociale Verzekeringsbank het recht tot herziening van het pensioen. Er waren geen dringende redenen om van herziening af te zien. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.