ECLI:NL:CRVB:2005:AU1526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en boeteoplegging wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante en haar echtgenoot ontvingen een bijstandsuitkering. Na meerdere pogingen om contact te leggen, werd appellante uitgenodigd voor een gesprek bij de consulent, waarop zij niet verscheen. De uitkering werd daarop opgeschort en later ingetrokken. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking en de boete, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde zij dat de brief waarin de opschorting werd aangekondigd niet als een besluit kon worden aangemerkt en dat de hersteltermijn onredelijk was. De Raad oordeelde dat het besluit onaantastbaar was omdat er geen bezwaar tegen was gemaakt en bevestigde de intrekking van de uitkering wegens het niet verschijnen bij de consulent.
De Raad stelde echter vast dat de boete niet in overeenstemming was met de gemeentelijke verordening en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). Daarom werd de boete vernietigd en omgezet in een waarschuwing. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot betaling van de proceskosten en vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De boete wordt vernietigd en omgezet in een waarschuwing, terwijl de intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.