ECLI:NL:CRVB:2005:AU1570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid over feitelijke verblijfplaats
Appellant diende op 2 januari 2002 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw), waarbij hij verklaarde vanaf juni 2001 bij zijn broer en schoonzus te wonen op een adres te [woonplaats]. Tijdens een gesprek met medewerkers Sociale Zaken gaf appellant tegenstrijdige verklaringen over zijn verblijfplaats, waaronder het niet betalen van huur en het niet slapen op het opgegeven adres.
Een huisbezoek bevestigde de twijfel over zijn daadwerkelijke verblijf op dat adres, mede doordat appellant geen sleutel had en er iemand aanwezig was die niet opendeed. De gemeente wees de aanvraag af op grond van artikel 65 en Pro 7 van de Abw wegens onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke woonplaats.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting en dat daardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke verblijfplaats wordt bevestigd.