ECLI:NL:CRVB:2005:AU1857
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheidsverklaringen wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
Opposant heeft verzoeken om herziening ingesteld tegen uitspraken van de Raad, die niet-ontvankelijk werden verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. Tegen deze niet-ontvankelijkheidsverklaringen heeft opposant verzet ingesteld, maar is niet verschenen bij de zitting.
De Raad overweegt dat het griffierecht verschuldigd is op grond van artikel 22 van Pro de Beroepswet en dat dit een dwingendrechtelijke bepaling is. Vrijstelling van betaling is terecht geweigerd ondanks betalingsonmacht van opposant. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
Opposants stelling dat betaling van griffierecht de toegang tot de rechter belemmert, wordt verworpen. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en een uitspraak van de Europese Commissie voor de rechten van de mens die bevestigen dat griffierechten de toegang niet wezenlijk belemmeren.
Daarom worden de verzetten ongegrond verklaard en wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaringen wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.