ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1925
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening wegens niet tijdig betaald griffierecht ongegrond verklaard
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak. Dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €105 niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Verzoeker stelde betalingsonmacht, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
Verzoeker maakte vervolgens verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad overwoog dat artikel 22 van Pro de Beroepswet dwingend recht bevat en dat geen vrijstelling van griffierecht mogelijk is. Het feit dat verzoeker meerdere zaken had lopen, maakt geen verschil. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het griffierecht de toegang tot de rechter niet wezenlijk belemmert.
Gelet op deze overwegingen verklaart de Raad het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs en uitgesproken op 7 november 2006.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wegens niet tijdige betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.