ECLI:NL:CRVB:2005:AU1885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor rugsparende functies
Appellant, die sinds 1988 arbeidsongeschikt was wegens knieklachten en later ook rugklachten en hernia's ondervond, kreeg vanaf 19 augustus 2002 geen ziekengeld meer toegekend. Dit besluit werd door de rechtbank Arnhem en vervolgens door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
De Raad baseerde zich op medische beoordelingen van verzekeringsartsen die appellant geschikt achtten voor drie rugsparende functies, namelijk wikkelaar, samensteller en monteur. Ondanks eerdere herniaoperaties en klachten was er geen sprake van radiculaire prikkeling of neurologische uitvalsverschijnselen die werkhervatting in deze functies onmogelijk maakten.
Appellant voerde aan dat hij ongeschikt was, maar de Raad vond geen grond om het besluit te herzien. De Raad benadrukte dat de maatstaf arbeid volgens artikel 19 van Pro de Ziektewet is gebaseerd op deze rugsparende functies. Een latere tweede herniaoperatie wijzigde niets aan de beoordeling op de datum van het besluit.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant terecht geen ziekengeld meer ontvangt omdat hij geschikt is voor rugsparende functies.