ECLI:NL:CRVB:2013:2072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ZW-uitkering na bedrijfsongeval wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich ziek na een bedrijfsongeval op 18 maart 2010 en ontving aanvankelijk een ZW-uitkering. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en een bezwaarverzekeringsarts concludeerde het UWV dat appellant niet arbeidsongeschikt was voor zijn werk als allround installatiemonteur/kabelmonteur. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de pijnklachten geen objectieve afwijkingen rechtvaardigen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over zijn functie en dat het UWV niet zorgvuldig had gehandeld. De Raad benoemde een neuroloog als deskundige, maar appellant verscheen niet voor onderzoek zonder geldige reden. De Raad stelde vast dat de rechtbank een juist beeld had van de arbeid en onderschreef het oordeel dat appellant zijn werk kon verrichten.
De Raad verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat de aangehaalde vergelijkingen niet relevant waren voor de ZW. De medische rapporten en deskundigen gaven geen aanwijzingen voor arbeidsongeschiktheid. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant geen recht heeft op ZW-uitkering.