ECLI:NL:CRVB:2005:AU1919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks geschil over arbeidsongeschiktheid na whiplash
Appellante, die haar werkzaamheden als taxichauffeuse staakte na een whiplash door een auto-ongeval in februari 2000, vroeg een WAO-uitkering aan. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek werd geconcludeerd dat haar arbeidsongeschiktheid niet relevant was, waarna aanvankelijk een uitkeringsweigering volgde. In bezwaar en beroep werden aanvullende medische rapporten en een revalidatieprogramma betrokken, wat leidde tot een vaststelling van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid en toekenning van een WAO-uitkering.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep vonden geen aanleiding om het vastgestelde belastbaarheidspatroon te herzien. De medische rapportage van neuroloog Beijersbergen, die postwhiplash- en posttraumatische stressklachten signaleerde, werd onvoldoende onderbouwd geacht en vond geen steun in andere gegevens. Ook de stelling dat de urenbeperking werd onderschat, werd verworpen op basis van onvoldoende bewijs.
De Raad concludeerde dat het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om de WAO-uitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% rechtmatig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering van 35-45% arbeidsongeschiktheid.