ECLI:NL:CRVB:2005:AU1922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Ontslag vrijwillige brandweercommandant wegens gebrek aan leidinggevende geschiktheid
Appellant was commandant van de vrijwillige brandweer en tevens ambtenaar met administratieve taken. Na een cultuuronderzoek binnen het brandweerkorps en oplopende spanningen verleende de gemeente appellant eervol ontslag wegens onbekwaamheid anders dan op grond van ziekte. De rechtbank vernietigde aanvankelijk het besluit wegens onvoldoende motivering, waarna de gemeente het besluit herzag en het ontslag handhaafde.
De Raad overwoog dat appellant een vakbekwaam brandweerman was, maar dat hij niet beschikte over de noodzakelijke leidinggevende capaciteiten. Uit gesprekken met 29 van de 35 manschappen bleek een patroon van autoritair en rancuneus gedrag, vriendjespolitiek en ondoorzichtige administratie, wat leidde tot een vertrouwensbreuk binnen het korps. Appellant weerlegde slechts één aantijging en ging niet in op de overige verklaringen.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de verklaringen onder druk waren afgelegd en stelde vast dat de sfeer binnen het korps na het vertrek van appellant aanzienlijk verbeterde. Gezien het verwijtbare aandeel van appellant in de vertrouwensbreuk en het ontbreken van vertrouwen om dit te herstellen, was het ontslag terecht. Een financiële vergoeding werd niet toegekend vanwege het verwijtbare gedrag van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant als commandant van de vrijwillige brandweer wordt bevestigd wegens het ontbreken van noodzakelijke leidinggevende eigenschappen en het ontstaan van een vertrouwensbreuk.