ECLI:NL:CRVB:2005:AU1925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag hoofdmarktmeester wegens diefstal en ernstig plichtsverzuim
Appellant, sinds 1975 werkzaam als hoofdmarktmeester bij de gemeente, werd betrapt op diefstal van levensmiddelen uit de personeelswinkel met behulp van een sleutelbos. Na bekendheid van de feiten legde de werkgever hem op 29 april 1997 onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn gedragingen deels niet aan hem konden worden toegerekend vanwege een gedragsstoornis veroorzaakt door een jarenlange krenkende werksfeer, reorganisatiedruk en een chronische depressie. Psychiater Bent concludeerde dat appellant de impuls tot diefstal niet onder controle had, maar wel besefte dat zijn gedrag ontoelaatbaar was. Psychiater Cohen gaf geen oordeel over toerekenbaarheid.
De Raad oordeelde dat ondanks een enigszins verminderde toerekenbaarheid het ontslag gerechtvaardigd is vanwege de ernst van het plichtsverzuim. Het vertrouwen in appellant als hoofdmarktmeester was ernstig geschaad en hij kon zijn voorbeeldfunctie niet meer vervullen. Persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van winstoogmerk maakten dit niet anders.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en vond geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het ontslag blijft daarmee onvoorwaardelijk en rechtsgeldig.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijke ontslag van appellant als hoofdmarktmeester wegens diefstal en ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.