ECLI:NL:CRVB:2005:AU1926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens onvoldoende functioneren na tijdelijke aanstelling
Appellant was in tijdelijke dienst als projectleider bij de gemeente Rotterdam en kreeg te horen dat zijn dienstverband na de proeftijd niet zou worden voortgezet wegens onvoldoende functioneren. De Raad overwoog dat ondanks het ontbreken van een formele functiebeschrijving, de vacaturetekst en begeleiding voldoende duidelijk maakten wat van appellant werd verwacht.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende concrete projecten had gerealiseerd en bleef steken in analyse en kritiek zonder tot uitvoering te komen. Ook was er ernstige kritiek op zijn houding en samenwerking, wat leidde tot verlies van vertrouwen bij betrokken partners. De door appellant aangevoerde gebrekkige randvoorwaarden konden dit functioneren niet rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat appellant niet aan de redelijke eisen voldeed. Appellant was tijdig geïnformeerd over zijn onvoldoende functioneren en kreeg voldoende gelegenheid tot verbetering. Het bestreden besluit werd daarom bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot niet-voortzetting van het tijdelijke dienstverband wegens onvoldoende functioneren wordt bevestigd.