ECLI:NL:CRVB:2005:AU1953
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid
Verzoekster was gehuwd en ontving samen met haar partner bijstand, berekend naar de norm voor gehuwden vanaf mei 2000. Na een onderzoek naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst bleek dat verzoekster en haar partner gedurende de periode van 19 oktober 1999 tot en met 30 november 2000 inkomsten uit arbeid hadden ontvangen zonder dit te melden aan het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Hierdoor werd ten onrechte of te hoog bijstand verleend. Gedaagde heeft op grond van de WWB de bijstand herzien en de kosten teruggevorderd over de periode van 8 mei 2000 tot en met 30 november 2000. Verzoekster voerde aan dat zij geen weet had van de bijstandverlening en dat haar partner haar handtekening had vervalst, en dat zij sinds juli 2000 niet meer samenwoonde met haar partner.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de inlichtingenplicht is geschonden en dat gedaagde bevoegd was tot herziening en terugvordering. De stelling dat verzoekster duurzaam gescheiden zou zijn van haar partner wordt niet aannemelijk geacht, mede omdat verzoekster haar post bleef ontvangen op het gezamenlijke adres. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van bijstand aan verzoekster worden bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.