ECLI:NL:CRVB:2005:AU1992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep en motivering vernietiging gedifferentieerde WAO-premie
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen twee besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) inzake de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over het jaar 2000. Het geschil betreft met name de vraag of de WAO-uitkering aan een voormalige werknemer, toegekend vóór 1 januari 1998, terecht is betrokken bij de premie.
De rechtbank heeft het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante geen belang meer had na het tweede besluit. Het tweede besluit is vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, omdat het Uwv niet alle relevante medische gegevens heeft overgelegd die betrekking hebben op de toekenning van de uitkering in 1997.
De Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het eerste besluit en oordeelt dat het Uwv gerechtigd blijft om in een nieuw besluit de uitkering opnieuw te betrekken, mits dat besluit deugdelijk is gemotiveerd. Appellante kan niet stellen dat het Uwv daardoor de goede procesorde schendt. De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het eerste besluit en de vernietiging van het tweede besluit wegens ondeugdelijke motivering.