ECLI:NL:CRVB:2005:AU2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van WAO- en WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig timmerman en zelfstandige ondernemer, kreeg vanaf 1988 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen toegekend op grond van de AAW en WAO. Na het staken van zijn werkzaamheden wegens rugklachten en later nekhernia, werden zijn uitkeringen herzien en deels ingetrokken. In 2001 weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) zijn uitkering te herzien ondanks toegenomen klachten.
Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering en tegen de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde de terugvordering. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit tot weigering van herziening onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat onvoldoende medisch en arbeidskundig onderzoek is verricht naar het verband tussen de oorspronkelijke rugklachten en de later ontstane nekklachten.
De Raad vernietigt het besluit voor zover het de herziening betreft en beveelt een nieuw besluit, maar bevestigt de terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen bevestigd.