ECLI:NL:CRVB:2005:AU2181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot voortzetting WAO-uitkering met 25-35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om zijn WAO-uitkering voort te zetten met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
De rechtbank Roermond had eerder het bezwaar tegen dit besluit vernietigd omdat het niet gebaseerd was op een arbeidskundig onderzoek. Na afronding van dit onderzoek en aanvullende medische rapportage heeft het UWV het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep toetst of dit bestreden besluit in stand kan blijven.
De Raad stelt vast dat de medische grondslag van het besluit niet meer in geschil is, aangezien partijen zich hebben berust in het oordeel van de rechtbank. Wat betreft de arbeidskundige beoordeling ziet de Raad geen reden om het besluit onjuist te achten, omdat appellant volgens het onderzoek de geselecteerde functies kan verrichten.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot voortzetting van de WAO-uitkering blijft in stand.