ECLI:NL:CRVB:2005:AU2182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WW-uitkering wegens verlies werknemerschap door huisbouw
Appellant ontving vanaf 25 september 1996 een WW-uitkering en verklaarde geen arbeid te verrichten. Na een anonieme melding dat appellant een huis bouwde, startte gedaagde een onderzoek. Dit leidde tot de conclusie dat appellant zijn werknemerschap volledig had verloren in de periode van 25 september 1996 tot 30 september 1997.
Gedaagde vorderde daarom het onverschuldigd betaalde bedrag van ruim €18.650 terug. Appellant voerde aan dat hij de inkomstenverklaringen correct had ingevuld en beriep zich op het vertrouwensbeginsel, omdat hij mondeling zijn bouwactiviteiten had gemeld aan medewerkers van gedaagde en het Arbeidsbureau.
De rechtbank oordeelde echter dat appellant niet kon vertrouwen op een mondelinge mededeling en dat het vertrouwensbeginsel niet aan terugvordering in de weg stond. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en wees erop dat geen rechtsgeldig vertrouwen was gewekt dat appellant de bouwactiviteiten niet hoefde te vermelden.
De Raad wees ook een verzoek tot proceskostenveroordeling af en bevestigde het bestreden besluit waarin de terugvordering en aflossingscapaciteit werden vastgesteld. Hiermee is het onverschuldigd betaalde bedrag terecht teruggevorderd.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigd betaalde WW-uitkering wordt bevestigd.