ECLI:NL:CRVB:2005:AU2189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding behandeling contourdefecten aangezichtsverlamming
Appellante lijdt sinds haar veertiende aan contourdefecten in het gelaat als gevolg van een aangezichtsverlamming. Zij verzocht haar zorgverzekeraar om toestemming en vergoeding voor een plastisch-chirurgische behandeling van deze defecten. De zorgverzekeraar wees dit verzoek af, gesteund op een advies van het College voor Zorgverzekeringen en een medisch adviseur, die oordeelden dat de behandeling niet viel onder de aanspraken zoals omschreven in de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad toetste de zaak aan artikel 2 van Pro de Regeling, waarin staat dat vergoeding alleen mogelijk is bij correctie van afwijkingen met aantoonbare lichamelijke functiestoornissen of verminkingen door ziekte, ongeval of geneeskundige verrichting.
Na bestudering van medische stukken, waaronder rapporten van plastisch chirurgen en de huisarts, concludeerde de Raad dat de contourdefecten niet kwalificeren als ernstige misvorming binnen de betekenis van de Regeling. Daarom is de afwijzing van de vergoeding terecht en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvraag voor vergoeding van de plastisch-chirurgische behandeling van contourdefecten is terecht afgewezen.