ECLI:NL:CRVB:2005:AU2320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging disciplinaire straf voorwaardelijk ontslag wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim buitengewoon opsporingsambtenaar
Appellant, werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar/parkeercontroleur bij de gemeente ’s-Gravenhage, werd door het College van burgemeester en wethouders gestraft met voorwaardelijk ontslag wegens het vermeend valselijk uitschrijven van een parkeerbon op 2 november 2002.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het bewijs onvoldoende was om het plichtsverzuim met voldoende zekerheid vast te stellen. De Raad overwoog dat aanwijzingen bestonden dat appellant de bon had opgemaakt, maar dat ook niet kon worden uitgesloten dat iemand anders de handcomputer gebruikte en de code van appellant misbruikte.
Gezien het ontbreken van een sluitend bewijs en het ontbreken van een verslag van het verantwoordingsgesprek, kon de Raad niet volgen dat appellant schuldig was aan het plichtsverzuim. Het besluit tot voorwaardelijk ontslag werd daarom vernietigd, evenals het primaire besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het voorwaardelijk ontslag van appellant wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van plichtsverzuim.