ECLI:NL:CRVB:2005:AU2358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies bevestigd
Gedaagde ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens vermeende arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek werd geconcludeerd dat zij geschikt was voor haar eigen functie en enkele andere functies, wat leidde tot intrekking van haar uitkering in 1998. De rechtbank vernietigde dit besluit op basis van een rapport van een orthopedisch chirurg die zwaardere beperkingen vaststelde.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep een nieuw deskundigenonderzoek laten uitvoeren door een neuroloog, die concludeerde dat gedaagde geschikt is voor de geselecteerde functies. De Raad volgt dit oordeel, mede omdat het eerdere rapport innerlijke tegenstrijdigheden vertoonde en onvoldoende onderbouwd bleef na kritiek.
De Raad stelt vast dat gedaagde op de relevante datum in staat was de geselecteerde functies te vervullen en dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. Tevens overweegt de Raad dat appellant verplicht was gedaagde door het bevoegde Duitse orgaan te laten onderzoeken, wat niet is gebeurd. Omdat gedaagde niet heeft afgezien van dit recht, kan de eerdere uitspraak van de rechtbank niet in stand blijven.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.