ECLI:NL:CRVB:2005:AU2387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad vernietigt besluit over maatmanvaststelling bij WAO-uitkering
Appellante ontving op 10 december 1997 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Dit werd op 5 februari 1998 herzien naar 45 tot 55%. Na bezwaar werd op 18 september 1998 het bezwaar gegrond verklaard en werd appellante vanaf 23 april 1997 volledig arbeidsongeschikt geacht. Het bezwaar tegen de maatmanvaststelling, die ten grondslag lag aan de primaire besluiten, werd echter bij besluit van 11 september 2002 ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, maar de Centrale Raad oordeelt dat de getrapte wijze van besluitvorming niet verenigbaar is met artikel 7:11, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Nadat appellante volledig arbeidsongeschikt werd geacht, stond het UWV niet meer vrij om inhoudelijk te beslissen over de maatmanvaststelling.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het UWV in de proceskosten. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 11 september 2002 over de maatmanvaststelling wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.