ECLI:NL:CRVB:2005:AU2442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht bij detachering van automatiseringsdeskundige in uitzendovereenkomst
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin werd geoordeeld dat de arbeidsverhouding van een automatiseringsdeskundige niet verzekeringsplichtig was. Het geschil draait om de vraag of de werkzaamheden van gedaagde, verricht via een detacheringsovereenkomst tussen drie partijen, moeten worden aangemerkt als een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat het onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijke motivering bevatte, mede vanwege het gebruik van het Besluit verzekeringsplicht automatiseringsdeskundigen dat volgens de rechtbank niet van toepassing was op de periode waar het om ging.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het Besluit zonder terugwerkende kracht is ingevoerd en dat de beoordeling dus moet plaatsvinden aan de hand van de sociale verzekeringswetten en de bepalingen van artikel 7:690 BW Pro. De Raad concludeert dat de arbeidsverhouding een uitzendovereenkomst betreft waarbij sprake is van persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en een gezagsverhouding onder leiding van de opdrachtgever.
De Raad oordeelt dat de detachering een privaatrechtelijke dienstbetrekking inhoudt en dat de verzekeringsplicht terecht is aangenomen door het UWV. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de verzekeringsplichtige arbeidsverhouding wordt bevestigd.