ECLI:NL:CRVB:2005:AU2503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding rugoperatie wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante onderging op 25 november 1999 een rugoperatie in Duitsland en verzocht vergoeding van de kosten bij haar zorgverzekeraar. Deze weigerde de vergoeding wegens het ontbreken van medische noodzaak, een standpunt dat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellante dat er wel degelijk medische noodzaak was, ondersteund door een verklaring van de behandelend arts in Duitsland. De Raad onderzocht het dossier en liet aanvullend medisch onderzoek verrichten door Nederlandse specialisten.
De Raad hechtte meer waarde aan de eenduidige adviezen van academische ziekenhuizen in Nederland, die geen medische noodzaak zagen, dan aan de visie van de behandelend arts in Duitsland. Ook bleek dat het Nederlandse advies mede gebaseerd was op beeldvormend onderzoek uit de Duitse kliniek.
Hierdoor concludeerde de Raad dat de weigering van vergoeding terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: De vergoeding van de kosten van de rugoperatie wordt geweigerd wegens het ontbreken van medische noodzaak.