ECLI:NL:CRVB:2005:AU2509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- H.J. de Mooij
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op collectief vervoer op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten
Appellant ontving een financiële vergoeding voor vervoerskosten op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Na invoering van een collectief vervoerssysteem heeft de gemeente Sint-Oedenrode het recht van appellant op een vervoersvoorziening opnieuw beoordeeld en besloten dat appellant vanaf 1 mei 2002 onbeperkt gebruik kan maken van het collectief vervoer tegen openbaar vervoertarief, met een afbouw van de financiële vergoeding over drie jaar.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank ’s-Hertogenbosch ongegrond werd verklaard. In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet in staat is zijn vervoersbehoefte met het collectief vervoer te voorzien, onderbouwd met medische verklaringen van zijn longarts. De Raad oordeelde dat de gemeente bij haar besluitvorming terecht is uitgegaan van een rapport van ZVN Advies waarin rekening is gehouden met de beperkingen van appellant door long-, hart- en locomotore aandoeningen.
De medische verklaringen van appellant gaven geen overtuigend medisch oordeel dat het collectief vervoer onvoldoende is. De Raad stelde vast dat het collectief vervoer deur-tot-deur is en dat er geen aanwijzingen zijn dat appellant sociaal isolement dreigt. Daarmee is voldaan aan de zorgplicht uit artikel 3 Wvg Pro. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking tot collectief vervoer bevestigd.