ECLI:NL:CRVB:2005:AU2540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bijdrage en verblijf in land van herkomst
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van kinderbijslag door de Sociale verzekeringsbank (SVB) omdat hij niet heeft kunnen aantonen dat hij minimaal drie maanden per jaar bij zijn vrouw en kinderen in Marokko verbleef en onvoldoende heeft bijgedragen in het onderhoud van zijn kinderen.
De SVB had het beleid aangescherpt waarbij alleen sprake is van een huishouden met achtergebleven gezinsleden als de betrokkene ingezetene van het land van herkomst is en meer dan drie maanden per jaar daar verblijft. Appellant kon dit niet aantonen; uit zijn paspoort bleek een verblijf van slechts circa twee weken in 2001.
De Raad oordeelt dat de beleidswijziging tijdig en kenbaar is gemaakt en dat appellant niet is geslaagd in het aantonen van het voortbestaan van een huishouden en de onderhoudsbijdragen. De door appellant opgevoerde onderhoudsbijdragen tijdens een korte vakantie zijn onvoldoende en niet controleerbaar.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het beroep af. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens onvoldoende bijdrage en verblijf in het land van herkomst.