ECLI:NL:CRVB:2005:AU2547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WAO-schatting en toepassing 18-maanden jurisprudentie bij actualisering functies
In deze zaak staat de beoordeling centraal van een WAO-uitkeringsherziening waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de arbeidsongeschiktheid van gedaagde heeft vastgesteld op 35 tot 45% met ingang van 19 juli 2001. De rechtbank Rotterdam had het besluit van het UWV vernietigd omdat functies van printplatenmonteur, met een actualiseringsdatum van 3 november 1999, volgens de rechtbank niet konden worden meegenomen in de schattingsgrondslag vanwege overschrijding van de 18-maanden termijn die geldt voor actualisering van functies.
Het UWV stelde in hoger beroep dat deze 18-maanden jurisprudentie niet rigide moet worden toegepast en dat het voldoende aannemelijk is dat de functies ook op de datum in geding op de arbeidsmarkt voorkwamen. De Raad overwoog dat de overschrijding van de termijn in dit geval niet aanzienlijk is en dat de functies van printplatenmonteur wel als valide onderdeel van de schatting kunnen dienen. Tevens werd erkend dat de medische aspecten niet langer in geschil zijn.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond. Het bestreden besluit, waarin de WAO-uitkering van gedaagde werd verhoogd, kan in rechte standhouden. Hiermee wordt bevestigd dat de schatting voldoet aan de eisen van realiteitswaarde en dat de functies voldoende representatief zijn voor de arbeidsmarkt op de datum in geding.
Uitkomst: Het beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.