ECLI:NL:CRVB:2005:AU2708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- H.J. de Mooij
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens criminele inkomsten
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek werd door de sociale recherche een administratief onderzoek ingesteld, waaruit bleek dat appellant gedurende de periode van 15 januari 1998 tot en met 31 oktober 1998 inkomsten uit criminele activiteiten had genoten die hoger waren dan de toepasselijke bijstandsnorm.
Op basis van deze bevindingen heeft het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul bij besluit van 7 januari 2003 het recht op bijstand ingetrokken en de kosten van bijstand over die periode ter hoogte van € 6.223,50 teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij recht had op bijstand, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellant tijdens het onderzoek, waarin hij erkende dat zijn inkomsten hoger waren dan de bijstand en dat hij geen melding had gedaan, betrouwbaar zijn. Daarnaast is appellant strafrechtelijk veroordeeld voor medeplegen van oplichting en diefstal, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellant de informatieplicht had geschonden en dat het College terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken en de kosten heeft teruggevorderd. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet-gemelde criminele inkomsten.