ECLI:NL:CRVB:2005:AU2731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en weigering WAO-uitkering wegens volledige geschiktheid per einde wachttijd
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar werknemer een WAO-uitkering toe te kennen. Betrokkene had zich ziek gemeld wegens psychische klachten, maar volgens het medisch onderzoek van de verzekeringsarts per 6 oktober 2000 was hij per 4 december 2000 volledig arbeidsgeschikt.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de medische rapportages van de verzekeringsartsen zorgvuldig waren en dat de door appellante aangevoerde medische stukken onvoldoende aanleiding gaven om het oordeel te betwijfelen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en benadrukt dat er geen concrete medische gegevens zijn die het oordeel van de verzekeringsartsen ondermijnen.
De Raad overweegt dat een heronderzoek kort voor het einde van de wachttijd alleen nodig is bij ziektebeelden met sterk wisselend beloop, wat hier niet het geval is. Ook het feit dat betrokkene zijn werkzaamheden niet volledig had hervat op 4 december 2000 leidt niet tot een andere conclusie, gezien de geleidelijke werkhervatting en het ontbreken van relevante beperkingen. Het bestreden besluit wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat betrokkene per einde wachttijd volledig geschikt was voor zijn werk.