ECLI:NL:CRVB:2002:AE1694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- T.L. de Vries
- M.S.E. Wulffraat-Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil over de weigering van een WAO-uitkering aan gedaagde door het UWV (voorheen LISV). Het UWV had de uitkering geweigerd omdat gedaagde niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest, aangezien hij vóór 22 oktober 1998 weer geschikt was voor zijn eigen werk.
De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit omdat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de belastbaarheid van gedaagde en de functiebelasting van zijn eigen werk niet had vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze vernietiging, stellende dat het UWV zich ten onrechte baseerde op de geschiktheid voor het eigen werk zonder rekening te houden met de feitelijke doorbetaling van loon en de relevante bepalingen van de WAO en Ziektewet.
De Raad benadrukt dat de beoordeling van de onafgebroken periode van 52 weken arbeidsongeschiktheid mede moet worden gebaseerd op de periode waarin ziekengeld wordt ontvangen of wordt geacht te zijn ontvangen. Verder is het van belang dat het UWV zorgvuldig onderzoek doet naar de aard en belasting van het werk, zeker wanneer sprake is van een combinatie van functies.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten en heft een recht van € 327,- aan. Hiermee wordt het besluit van het UWV definitief vernietigd en de weigering van de WAO-uitkering onterecht geacht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.