ECLI:NL:CRVB:2005:AU2733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens benadelingshandeling bij loondoorbetalingsschikking
Appellant was sinds 1996 in dienst bij Nivo-Bouw B.V. en meldde zich ziek per 3 maart 1998. De werkgever sprak op 17 april 1998 ontslag op staande voet uit wegens het niet opvolgen van oproepen voor een gesprek en een bedrijfsartscontrole. Appellant diende pas na een lange periode een loonvordering in bij de kantonrechter, waarna een minnelijke schikking werd getroffen waarbij het ontslag werd ingetrokken en loon over 20 weken werd doorbetaald.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde ziekengeld over de periode 7 september 1998 tot 2 maart 1999 omdat appellant zijn loonaanspraken had prijsgegeven door akkoord te gaan met de schikking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat het prijsgeven van loonaanspraken een benadelingshandeling vormt in de zin van artikel 45 Ziektewet Pro. Hoewel het resultaat van de schikking wellicht maximaal was, was het verwijtbaar dat appellant pas na lange tijd een loonvordering instelde, waardoor het risico ontstond dat de loonvordering zou worden gematigd. Hierdoor was het weigeren van ziekengeld gerechtvaardigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld wegens benadelingshandeling bevestigd.