ECLI:NL:CRVB:2005:AU2851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens afwijzing passend werkaanbod uitzendkracht
Appellante was werkzaam via een uitzendbureau bij Akzo en kreeg een aanbod om na afloop van haar uitzendovereenkomst rechtstreeks bij Akzo in dienst te treden op basis van een jaarcontract. Zij wees dit aanbod af vanwege bezwaren tegen het salaris, de contractduur en enkele arbeidsvoorwaarden zoals het concurrentiebeding.
Na afloop van haar uitzendovereenkomst bood het uitzendbureau haar geen passend werk meer aan, waarna zij werkloos werd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde haar WW-uitkering omdat het aanbod van Akzo als passend werd beschouwd en haar bezwaren niet doorslaggevend waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het werkaanbod feitelijk hetzelfde werk betrof met vergelijkbaar salaris en dat de arbeidsvoorwaarden niet onevenredig bezwarend waren. Appellante had het aanbod moeten accepteren, mede omdat zij wist dat het contract met het uitzendbureau afliep en dat het uitzendbureau geen verplichting had haar ander werk aan te bieden.
De Raad wees ook het verzoek om proceskosten toe te kennen af en bevestigde de weigering van de WW-uitkering per 17 april 2003.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens afwijzing van een passend werkaanbod.