ECLI:NL:CRVB:2005:AU2912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en besluitkarakter inzake toepassing Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
Appellant was voorzitter van een hogeschool en sloot een beëindigingsovereenkomst met behoud van salaris tot zijn VUT-gerechtigdheid. De hogeschool vorderde terugbetaling van inkomsten uit een nevenfunctie op grond van artikel I-Q512 RpbO, wat door de burgerlijke rechter werd bevestigd.
Appellant verzocht vervolgens gedaagde om toepassing van artikel I-A8 RpbO wegens onbillijkheid van de terugvordering. Gedaagde weigerde dit met de motivering dat het RpbO niet meer van toepassing was op HBO-instellingen sinds 1993 en dat de brief van 6 juni 2002 geen besluit was. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
De Raad oordeelt dat de brief wel een besluit is omdat het een beoordeling bevat over de bevoegdheid van gedaagde. De Raad stelt dat het RpbO, ondanks het vervallen van de geldingsduur voor HBO-instellingen, nog steeds van toepassing is op aanspraken verbonden aan feiten uit de geldende periode. Daarom moet gedaagde inhoudelijk beslissen over het bezwaar.
De Raad vernietigt de uitspraak en het besluit en bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, met vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak en bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar moet nemen over de toepassing van artikel I-A8 RpbO.