ECLI:NL:CRVB:2005:AU3214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering en terugvordering wegens niet-verzekeringsplichtige arbeid bij opzetten zorghuis
Appellant was sociotherapeut en ontving vanaf 2 juli 1999 een WW-uitkering. Naar aanleiding van een melding van zwartwerken onderzocht de uitkeringsinstantie zijn werkzaamheden bij Zorghuis Villa Julia. De uitkering werd beëindigd per 1 september 2000 wegens het verrichten van niet-verzekeringsplichtige arbeid in de vorm van het opzetten van een eigen onderneming. Tevens werd onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard en bepaalde dat nieuwe besluiten moesten worden genomen. In het bestreden besluit handhaafde de uitkeringsinstantie de beëindiging van de uitkering en de terugvordering met een aangepaste hoogte. Appellant voerde aan dat hij wel beschikbaar was voor de arbeidsmarkt en slechts voor de vorm solliciteerde, en betwistte de omvang van zijn werkzaamheden.
De Raad overwoog dat appellant zich vanaf 1 september 2000 volledig inzette voor de onderneming, wat werd bevestigd door zijn eigen verklaring tijdens het opsporingsonderzoek. De Raad achtte aannemelijk dat de werkzaamheden omvangrijk waren en dat het recht op WW-uitkering daarom is geëindigd. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 6 april 2004 werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de WW-uitkering en terugvordering wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit gehandhaafd.