ECLI:NL:CRVB:2005:AU3515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens stabiele klachten en passende functies
Betrokkene, werkzaam als productiemedewerker, viel in 1995 uit wegens hartklachten en ontving vanaf 1996 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 35%. Na een ziekmelding in 2001 wegens diverse klachten, waaronder evenwichtsstoornissen en hartklachten, werd hij onderzocht door een verzekeringsarts die beperkingen vaststelde en geschikte functies aanwees. De arbeidsdeskundige bevestigde de mate van arbeidsongeschiktheid.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat betrokkene nog duurzaam arbeidsvermogen had. Ondanks een longcarcinoomdiagnose in 2003, werd geoordeeld dat deze geen verband hield met de klachten uit 2001. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd.
De Raad achtte de voorgehouden functies geschikt en vond geen aanwijzingen dat de medische beperkingen waren onderschat. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering wegens stabiele klachten en passende functies.