ECLI:NL:CRVB:2005:AU3528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens privégebruik e-mail leidt tot verwijtbare werkloosheid
De zaak betreft een werknemer die op staande voet werd ontslagen wegens overtreding van de e-mail- en internetovereenkomst met zijn werkgever, door privé en aanstootgevende e-mails te verzenden via bedrijfsmiddelen. De werknemer was vestigingsmanager en had een voorbeeldfunctie binnen het bedrijf.
Na het ontslag vroeg de werknemer een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank oordeelde echter dat het ontslag op staande voet een buitenproportionele reactie was en verklaarde het beroep van de werknemer gegrond, waardoor de uitkeringsweigering werd teruggedraaid.
De Centrale Raad van Beroep stelde in hoger beroep dat de werknemer de e-mail- en internetovereenkomst had geschonden en dat hij rekening had moeten houden met ontslag op staande voet. Ondanks dat het privégebruik beperkt was en geen schade veroorzaakte, was de werknemer verwijtbaar werkloos geworden. De Raad bevestigde de opgelegde maatregel van 35% korting op de uitkering gedurende 26 weken en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
De uitspraak benadrukt het belang van naleving van bedrijfsregels en de gevolgen van het schenden daarvan, zeker voor werknemers met een voorbeeldfunctie. De Raad vond geen reden om af te wijken van de matiging van de maatregel zoals door het UWV vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werknemer verwijtbaar werkloos is geworden en dat een maatregel van 35% korting op de WW-uitkering gedurende 26 weken terecht is opgelegd.