ECLI:NL:CRVB:2005:AU3569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- S.A.M. Schoenmaker-Zehenpfenning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gerechtvaardigde verwachting op WW-uitkering over opzegtermijn
Appellant was werkzaam bij Reed Bussiness Information B.V. en zijn arbeidsovereenkomst werd per 1 oktober 2003 ontbonden met een vergoeding van € 25.000,--. Appellant vroeg een WW-uitkering aan, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde de eerste werkloosheidsdag op 1 november 2003, gelijk aan het einde van de opzegtermijn, en weigerde uitkering over oktober 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de toepassing van artikel 16 lid 3 WW Pro correct was. Appellant voerde aan dat dit in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat hij een gerechtvaardigde verwachting had op een uitkering over oktober 2003. De Raad overwoog dat een voorwaardelijke aanspraak die niet aan de voorwaarden voldoet geen eigendom is en dat de eerste werkloosheidsdag afhankelijk is van objectieve voorwaarden in de WW.
Verder oordeelde de Raad dat het opschuiven van de eerste werkloosheidsdag geen onrechtmatige inbreuk op eigendomsrecht vormt en dat er geen sprake is van een strafrechtelijke maatregel. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op WW-uitkering over de opzegtermijn tot 1 november 2003.