ECLI:NL:CRVB:2005:AU3589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Verlenging loondoorbetalingsplicht wegens te late aangifte arbeidsongeschiktheid
Werknemer van appellante werd op 17 april 2000 arbeidsongeschikt, maar de aangifte arbeidsongeschiktheid werd pas op 10 april 2001 gedaan, ruim na de wettelijk voorgeschreven termijn van artikel 38, eerste lid, Ziektewet (ZW). Hierdoor werd de loondoorbetalingsplicht van de werkgever verlengd.
Appellante stelde dat zij op 1 mei 2000 een ziekmelding bij SFB Diensten had gedaan, onderdeel van de SFB Groep, en meende daarmee aan haar aangifteplicht te hebben voldaan. Gedaagde en de rechtbank oordeelden echter dat deze ziekmelding niet voldeed aan de wettelijke vereisten omdat SFB Diensten niet de instantie was die de aangifte volgens artikel 38 ZW Pro moest ontvangen.
De Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het risico van het niet tijdig doorgeven van de ziekmelding aan de juiste instantie voor rekening van appellante komt. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht om hiervan af te wijken.
De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en de loondoorbetalingsplicht van de werkgever werd verlengd wegens de te late aangifte van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De loondoorbetalingsplicht van de werkgever wordt verlengd wegens te late aangifte van arbeidsongeschiktheid.