ECLI:NL:CRVB:2005:AU3598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens ontbreken van huishouding en onderhoud aan kinderen in buitenland
Appellant ontving tot het tweede kwartaal van 2001 kinderbijslag voor zijn in Marokko verblijvende kinderen. Met ingang van 1 januari 2001 heeft gedaagde het beleid aangescherpt en stelt dat alleen sprake is van één huishouden indien de betrokkene ten minste drie maanden per jaar bij zijn gezin in het land van herkomst verblijft.
Appellant voldeed niet aan deze voorwaarde en heeft ook niet op eenvoudige wijze aangetoond zijn kinderen in belangrijke mate te hebben onderhouden gedurende het derde en vierde kwartaal van 2001. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat de drie-maanden eis discriminerend is, maar de Raad oordeelde dat deze eis geen direct onderscheid naar nationaliteit maakt en dat een eventueel indirect onderscheid gerechtvaardigd is door objectieve en redelijke gronden.
De Raad acht het gewijzigde beleid een juiste invulling van het begrip huishouden conform artikel 7 AKW Pro en wijst erop dat appellant niet wordt uitgesloten van kinderbijslag maar aan andere voorwaarden moet voldoen.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellant niet voldoet aan de beleidscriteria voor huishouding en onderhoud.