ECLI:NL:CRVB:2005:AU3599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen
Appellante, met ernstige hartklachten sinds 1981, werkte sinds 1995 als gordijnenvouwster in WSW-verband, aanvankelijk 20 uur per week, later uitgebreid naar 38 uur. Na uitval in augustus 2000 wegens toename van klachten, werd haar arbeidsongeschiktheid beoordeeld. Een verzekeringsarts stelde een maximale arbeidsduur van 4 uur per dag vast vanwege haar cardiale beperkingen. De arbeidsdeskundige concludeerde dat halve dagen WSW-arbeid mogelijk waren.
Gedaagde weigerde per 4 september 2001 een WAO-uitkering toe te kennen, wat door de rechtbank werd bevestigd. Appellante voerde hoger beroep aan tegen deze beslissing, stellende dat haar behandelend cardioloog haar volledig arbeidsongeschikt achtte en dat de urenuitbreiding naar 38 uur per week niet in aanmerking was genomen.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, die concludeerde dat appellante in staat was 20 uur per week te werken, wat overeenstemde met de bevindingen van de verzekeringsartsen. De Raad oordeelde dat de urenuitbreiding naar 38 uur per week niet verantwoord was en dat appellante de maatgevende arbeid van 20 uur per week kon verrichten. De weigering van de WAO-uitkering werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante in staat was haar maatgevende arbeid van 20 uur per week te verrichten.