ECLI:NL:CRVB:2005:AU3604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn bij verlaging WAO-uitkering
Appellant werd bij besluit van 22 juni 2004 geïnformeerd over een verlaging van zijn WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Hij diende een bezwaarschrift in dat echter te laat werd ontvangen, waardoor gedaagde het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen reden was om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, ondanks het feit dat appellant contact had gehad met een verzekeringsarts.
Appellant ging in hoger beroep en herhaalde zijn standpunt dat zijn slechte gezondheidstoestand begrip vroeg voor de late indiening. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was. Uit het medisch rapport bleek niet dat appellant toen al had aangegeven bezwaar te willen maken, en zijn slechte gezondheid was geen geldige reden om de termijn niet te respecteren.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.