ECLI:NL:CRVB:2005:AU3728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende heroverweging bezwaarprocedure
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster via een uitzendbureau, viel uit wegens schouderklachten en psychische klachten. Bij het einde van de wachttijd van de WAO werd vastgesteld dat haar beperkingen al voor aanvang van de verzekering bestonden, waardoor zij niet arbeidsongeschikt genoeg was voor een uitkering. Gedaagde weigerde de WAO-uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met relevante gegevens en dat de functies te belastend waren. De Raad stelde vast dat de medische beoordelingen juist waren, maar oordeelde dat de bezwaarprocedure niet voldeed aan het vereiste van volledige heroverweging omdat alleen medisch onderzoek had plaatsgevonden zonder hernieuwd arbeidskundig onderzoek.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.