ECLI:NL:CRVB:2005:AU3730
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding in WAO-zaak
Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda in een WAO-zaak, maar de Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn van zes weken.
Opposant kwam tijdig in verzet tegen deze beslissing en voerde aan dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de beroepstermijn acht weken bedroeg en dat hij de uitspraak te laat had teruggevonden. De Raad oordeelde dat deze argumenten onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
De Raad benadrukte dat opposant duidelijk was gewezen op de termijn van zes weken en dat geen omstandigheden aanwezig waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen of toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.