ECLI:NL:CRVB:2005:AU3814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid technoloog waterschap na negatieve personeelsbeoordelingen
Appellant was sinds 1987 als technoloog in dienst van een waterschap en kreeg vanaf 2000 negatieve beoordelingen vanwege overmatig detaillisme, gering tempo en onvoldoende managementidentificatie. Na een begeleidingstraject bleef zijn functioneren onvoldoende, ondanks een lichte verbetering in 2002.
In november 2002 overhandigde appellant een fictieve negatieve beoordeling van zijn directe chef, wat door het waterschap werd opgevat als definitief bewijs van zijn ongeschiktheid. Het waterschap besloot hem per 1 februari 2003 eervol te ontslaan wegens onbekwaamheid, wat door de rechtbank werd bevestigd.
De Raad oordeelt dat het waterschap terecht het ontslagbesluit handhaafde. Hoewel sommige beoordelingen niet meer gebruikt mochten worden, waren de laatste twee beoordelingen rechtsgeldig. De brief van appellant met de fictieve beoordeling was onnodig grievend en toonde zijn onvermogen om zich te voegen naar het gezag. Er was geen aanwijzing dat zijn ongeschiktheid voortkwam uit ziekte. Het verzoek tot aansluitende uitkering werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag wegens ongeschiktheid van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.