ECLI:NL:CRVB:2005:AU3988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en recht op werkloosheidsuitkering na verhuizing binnen EU
Appellante, een docente Engels met de Britse nationaliteit, woonde en werkte tot juli 2001 in Frankrijk en ontving daar een werkloosheidsuitkering. Na haar verhuizing naar Nederland in september 2001 vroeg zij bij het Nederlandse Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een WW-uitkering aan. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering toe te kennen vanwege een niet-geautoriseerd E303-formulier.
Na bezwaar werd de uitkering tijdelijk toegekend voor maximaal drie maanden op grond van artikel 69 van Pro EG-Verordening 1408/71. Vervolgens werd de uitkering geschorst omdat appellante niet had gesolliciteerd in de periode september tot december 2001, wat volgens het UWV onvoldoende was voor aanspraak op uitkering. De Franse instantie Académie de Nantes bevestigde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden.
Appellante maakte bezwaar tegen de beëindiging van de uitkering, maar het UWV stelde zich onbevoegd om het besluit te heroverwegen, omdat de Franse instantie bevoegd zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV wel bevoegd is om te beslissen over de uitkering en dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, onder meer omdat het UWV niet alle relevante informatie aan de Franse instantie had verstrekt. Het eerdere besluit werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, met vergoeding van het betaalde recht van €118,- aan appellante.
Uitkomst: Het eerdere besluit tot beëindiging van de uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuwe beslissing te nemen.