ECLI:NL:CRVB:2005:AU3993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag WAO-uitkering wegens onvoldoende gegevens
Appellant heeft in april 1999 via de Caisse Nationale de Sécurité Sociale een aanvraag ingediend voor een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege arbeidsongeschiktheid die zou zijn ingetreden voor zijn vertrek uit Nederland in 1989. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft meerdere malen verzocht om aanvullende gegevens over de werkgevers en arbeidsperiodes van appellant in Nederland, maar appellant kon deze niet concreet aanleveren.
Na herhaalde verzoeken en onvoldoende aanlevering van bewijsstukken heeft gedaagde bij besluit van 8 augustus 2001 de aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit besluit is bij bezwaar gehandhaafd en de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat gedaagde terecht om nadere gegevens heeft gevraagd die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Appellant heeft geen concrete gegevens verstrekt en de enkele vermelding van gemeenten is onvoldoende. Er is geen bewijs dat appellant redelijkerwijs niet over de gevraagde gegevens kon beschikken. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag om een WAO-uitkering wordt buiten behandeling gelaten wegens onvoldoende concrete gegevens over het arbeidsverleden van appellant.