ECLI:NL:CRVB:2005:AU4077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbaarheid werkloosheid na verhuizing wegens woningverlies
Gedaagde nam ontslag bij Cygnific BV omdat zij gedwongen was te verhuizen na het verlies van haar onderhuurwoning in Amsterdam door sloop. De WW-uitkering werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid, omdat de onvermijdelijkheid van de verhuizing niet was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat hoewel gedaagde verwijtbaar werkloos was geworden, dit niet in overwegende mate aan haar kon worden toegerekend gezien haar dringende noodzaak tot verhuizing en haar inspanningen om woonruimte te vinden. In hoger beroep handhaafde appellant het standpunt dat gedaagde voldoende tijd had gehad om passende woonruimte te vinden en zichzelf in een moeilijke positie had gebracht door langdurig onderhuur zonder huurbescherming.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad vond dat de abrupte noodzaak tot vertrek, de moeilijke woningmarkt, de inspanningen van gedaagde en de afspraken met haar werkgever over voortzetting van het dienstverband meebrachten dat de werkloosheid niet in overwegende mate aan haar kon worden verweten. De Raad kende geen bijzondere betekenis toe aan het feit dat gedaagde in onderhuur woonde. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: De werkloosheid van gedaagde wordt niet in overwegende mate aan haar verweten, waardoor de weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd.