ECLI:NL:CRVB:2005:AU4105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en verdiencapaciteit zelfstandige veehouder
Appellant, een zelfstandige veehouder geboren in 1939, verzocht om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ wegens rugklachten, de ziekte van Scheuermann en schouderklachten. Gedaagde stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen ernstiger waren en dat hij niet in staat was een volledige dagtaak te verrichten. Gedaagde overhandigde een nadere arbeidskundige rapportage die de mate van arbeidsongeschiktheid bevestigde.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd, dat er geen aanwijzingen waren voor een overschatting van de belastbaarheid en dat appellant geschikt was voor drie functies met een volledige dagtaak. De Raad bevestigde dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 25% bedroeg en wees het hoger beroep af.
De Raad vond geen grond voor een medische urenbeperking en verwierp de stelling dat appellant een medische afzakker was. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd, en de Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt bevestigd.